Transitievergoeding

Wanneer heeft de werknemer recht op de transitievergoeding?

Volgens de wet heeft de werknemer vanaf 1 juli 2015 recht op een transitievergoeding wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  1. de arbeidsovereenkomst heeft tenminste 2 jaar geduurd. Sinds 1 januari 2020 is de 2jaars eis komen te vervallen en bouwt men direct een transitievergoeding op. Let op:
  • de maanden waarin de werknemer gemiddeld ten hoogste 12 uur per week heeft gewerkt en nog geen 18 jaar is, worden niet meegeteld;
  • voorafgaande arbeidsovereenkomsten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden worden tussen werknemer en werkgever, dan wel de opvolgende werkgever, meegeteld. Als er al een transitievergoeding is betaald of een gelijkwaardige voorziening is verstrekt, dan kan deze in mindering gebracht worden op de transitievergoeding;
  1. de arbeidsovereenkomst is door de werkgever opgezegd of op verzoek ontbonden of niet verlengd; of
  1. als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is de arbeidsovereenkomst door de werknemer opgezegd of op verzoek ontbonden of niet verlengd.

Wanneer heeft de werknemer geen recht op de transitievergoeding?

  1. de arbeidsovereenkomst is geëindigd of niet verlengd vóór de leeftijd van 18 jaar en de werknemer werkte ten hoogste 12 uur gemiddeld per week;
  1. de werknemer heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
  1. de arbeidsovereenkomst is geëindigd of niet verlengd vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
  1. er is in de cao of regeling door of namens een daartoe bestuursorgaan voor werknemers een gelijkwaardige voorziening opgenomen;
  1. de werkgever is in staat van faillissement verklaard of aan hem is surseance van betaling verleend of op hem is de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing.

Hoe bereken je de transitievergoeding?

De transitievergoeding bedraagt maximaal € 79.000,– bruto of het bruto jaarloon als dat hoger is. Elk jaar wordt het maximale bedrag door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd.

Over de eerste 10 jaar is de transitievergoeding 1/6 deel van het maandloon en daarna 1/4 deel per zes maanden dat het dienstverband duurt.

Let op tot 1 januari 2020 geldt voor werknemers die 50 jaar of ouder zijn in een bedrijf met 25 of meer werknemers na 10 dienstjaren 1/2 deel van het maandloon. Voor de werkgever met minder dan 25 werknemers in de tweede helft van het kalanderjaar vóór het kalanderjaar waarin het verzoek om toestemming dan wel ontbinding van de arbeidsovereenkomst is ingediend of wanneer een verzoek als hiervoor niet is vereist en de arbeidsovereenkomst is opgezegd of niet wordt verlengd, geldt deze verplichting niet. Bij regeling kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervan afwijken.

Het loon bestaat uit:

  • bruto maandsalaris;
  • vakantiebijslag en vaste eindejaarsuitkering waarover binnen een periode van 12 maanden aanspraak op is, gedeeld door 12;
  • vaste looncomponenten, zoals overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen, over een periode van 12 maanden vóór het einde van het dienstverband gedeeld door 12;
  • variabele looncomponenten, zoals bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen, over een periode van 3 kalanderjaren vóór het jaar waarin het dienstverband eindigt, gedeeld door 36.

Als er al, zoals hierboven is vermeld, een transitievergoeding is betaald of een gelijkwaardige voorziening is verstrekt, dan kan deze in mindering gebracht worden op de transitievergoeding. Tevens kunnen kosten gericht op het voorkomen van de werkloosheid(sduur) of het bevorderen van de inzetbaarheid van de werknemer in mindering worden gebracht. Voorts kan wanneer de betaling van de transitievergoeding leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever onder voorwaarden door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in termijnen worden betaald.

Hoe bereken je de arbeidsduur (anciënniteit) voor de transitievergoeding?

De arbeidsduur is het aantal dienstjaren, inclusief voorafgaande arbeidsovereenkomsten met tussenpozen van maximaal 6 maanden tussen de werknemer en werkgever of diens opvolgende werkgever en uitgezonderd van de maanden waarin gemiddeld ten hoogste 12 uur per week is gewerkt en de leeftijd van 18 jaar nog niet is bereikt.

Tot 1 januari 2020 kan bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor werkgevers met minder dan 25 werknemers in geval van beëindiging  van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen die het gevolg zijn van een slechte financiële situatie worden bepaald dat de dienstjaren vóór 1 mei 2013 niet mee tellen.

Tot wanneer kun je om een transitievergoeding vragen bij de kantonrechter?

De bevoegdheid om een verzoek voor een transitievergoeding in te dienen bij de kantonrechter vervalt drie maanden na de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd!